Hernia

Wanneer er bij rugklachten sprake is van uitstraling, is het van belang om te onderzoeken of er geen hernia aanwezig is. Een hernia komt het meest voor in de nek of in de lage rug, maar kan ook in de borstwervelkolom zich manifesteren. De uitstralende pijnklachten zie je voornamelijk in de armen of de benen.

Door buig- en draaibewegingen ontstaan er in de nek en de lage rug veel krachten in de wervelkolom en deze belasten de tussenwervelschijven.

Een hernia is een beschadiging van de tussenwervelschijf waarbij de kern gaat uitpuilen. Als deze kern op een zenuw drukt die bijvoorbeeld naar het been of de arm loopt, dan ontstaat daar krachtvermindering en gevoelsveranderingen zoals pijn, tintelingen of doofheid. Deze klachten ontstaan doordat de geleiding van de zenuw wordt verstoord of zelfs onderbroken.

Een verminderde mobiliteit van de borstkas of van de long, kan spanning geven naar bijvoorbeeld de nekregio. Hierdoor kan een hernia ontstaan met uitstraling naar de arm als gevolg. Maar ook de lage rug wordt anders belast als de borstkas vast zit, waardoor ook hier een hernia kan ontstaan met uitstraling in het been als gevolg.

Uitstralende pijn, krachtverlies of gevoelsvermindering kan ook ontstaan doordat een spier of bot of vocht op de zenuw drukt. Dit noemen we een pseudoradiculair syndroom. Dit wil zeggen dat je symptomen hebt die lijken op een hernia , maar de afklemming van de zenuw gebeurt niet door druk van een uitpuilende tussenwervelschijf. Dan zal gekeken moeten worden waarom dit gebeurt. Misschien je een veranderde stand van de voeten of verminderde beweeglijkheid van het bekken of is er ergens een blokkade waardoor er een compensatiehouding wordt aangenomen.

De osteopaat gaat op zoek naar antwoorden op een aantal vragen.

Wat is de oorzaak van de beschadiging van deze tussenwervelschijf?

Wordt het bewegingsverlies veranderd door blokkades in enkel, voet of wervels?

Of is er in de borstkas en/of buikholte een bewegingsverlies waardoor de wervels niet goed bewegen.

Drukt er iets anders dan een hernia op de zenuw? (bot, spier of vocht)

De osteopaat onderzoekt vanuit welk wervelniveau de klachten ontstaan en of het bewegingsverlies niet voorkomt vanuit andere delen vanuit het lichaam. De osteopaat gaat de oorzaak van de klachten proberen op te sporen, deze weg te nemen, met het gevolg dat de symptomen (de pijn en/of uitval) verminderen of verdwijnen.

Er moet voor gezorgd worden dat de zenuw meer ruimte krijgt en bij een hernia dat de uitstulping van de tussenwervelschijf gaat slinken. Dit kan door mobilisatie van de wervelkolom, het bekken, de buik, of de borstkas en niet alleen door een operatie. Zoals eerder beschreven kan de oorzaak van een hernia ook elders in het lichaam gesitueerd zijn. Dus het kan zijn dat de osteopaat ergens anders behandelt dan waar de symptomen zich manifesteren.

Een hernia is meestal heel goed osteopatisch te behandelen.

Wanneer een hernia toch geopereerd moet worden is het toch goed om de aanwezige krachtlijnen in het lichaam op te lossen.  De tussenwervel wordt dan na de operatie niet verkeerd belast.